Liefste W., Je hebt jeergens tussen mijn linker en rechter hersenhelft genesteld. Blijkbaar vertoef je daar graag en wil je er maar niet weg gaan, ook al doe ik zo mijn best je te vergeten. Ik ben vandaag opgestaan met de gedachte dat ik je vandaag zou contacteren. Ik zou je een mailtje sturen of beter nog een ecard met enkele grappige wezentjes er op. Als puntje bij paaltje komt, dan lukt het gewoon niet. Dan vind ik er de kracht en moed niet voor. En toch lijkt het niet juist om hier te zitten met jou in mijn hoofd. Het moet er uit. Maar hoe? Liefs, Brievenschrijfster |